Ixodes ricinus

Ixodes ricinus, oftewel de gewone of schapenteek, is de meest voorkomende teek in Nederland. De Ixodes ricinus vervelt drie keer en heeft voor elke vervelling een bloedmaaltijd nodig. Dat betekent dat de teek drie gastheren nodig heeft. De Ixodes ricinus ontwikkelt zich via een vervelling van larve tot nimf. Vervolgens gaat het over naar een volwassen teek.

De beet van een teek is niet pijnlijk. De teek wordt meestal daarom niet direct opgemerkt. De nimfen zijn waarschijnlijk het belangrijkste voor het overbrengen van ziekten op de mens. Een nimf is erg klein, circa 1 tot 1,5 mm groot, waardoor deze meestal niet opgemerkt wordt. De nimfen hebben al een keer bloed gezogen en kunnen hierdoor besmet zijn met de bacterie Borrelia burgdorferi. Niet alle teken zijn besmet met de bacterie. Uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen is gebleken dat in 2006 gemiddeld 23,6% van de Nederlandse teken besmet was met de Borrelia bacterie.

Pas in het laatste stadium kunnen mannetjes en vrouwtjes worden onderscheiden. Het vrouwtje is doorgaans groter waardoor deze al snel ontdekt wordt. Het mannetje zuigt geen bloed op en kan hierdoor geen ziekten overbrengen. De kans op Lyme-borreliose is vele malen kleiner wanneer de teek binnen een dag op de juiste manier wordt verwijderd.